Bij het wandelen ontdekken wij dat er heel veel bomen zijn gekapt. De kleuters vinden dit “zielig”voor de bomen. Als we later een meneer zien op een hele grote vrachtwagen die de boomstammen opraapt, zeg ik dat ze misschien kunnen vragen waarom ze de bomen kappen. Dat doen ze, en de meneer vertelt dat dit is omdat de andere bomen licht nodig hebben om te groeien. Nu is het minder zielig, maar vooral goed voor de andere bomen.

En wat erg leuk is, is dat het bos nu 1 grote klim en klauterbaan is. Zo leuk om te ontdekken dat ik denk: wat een slagveld, maar dat de kleuters iets heel anders zien. Die zien een waar speel en klim paradijs. Natuurlijk nemen ze niet het gewone pad, maar juist een moeilijke weg over de boomstammen. Klimmen, klauteren, uitglijden. Van boom tot boom zonder de grond te raken. En dan een hele hoge berg boomtakken ontdekken en er boven op klauteren. Wat een oefening in evenwicht….

“Juf we hebben een nest gevonden, en weet je juf er zit een deurtje in”
Ze willen niet terug naar school, en ik moet beloven dat we weer terug gaan. Op de terug weg slepen ze nog wat stukken hout mee, omdat ze hier iets mee willen maken. Ze moeten samenwerken om dit mee te krijgen. Ze maken afspraakjes, jij tot aan het hekje, en dan ik weer. Dan dragen ze samen het hout want met zijn tweeën is het minder zwaar.

Wat maakt het uit dat het nat en winderig is, in het bos is het heerlijk.
En hoezo heb je lesjes nodig om samenwerken te leren, dat gaat toch vanzelf……

Klimmen